Om straks enigszins ‘normaal’ de Mont Ventoux op fietsen,
voor zover dat mogelijk is, moet ik trainen. Naast de gebruikelijke waterpolotrainingen
moet ik ook gaan fietsen en tsja, hardlopen. Mijn favoriete hobby.
Hardlopen is een kunst. Een gave. Als je over het talent
beschikt, een gift van Moeder Natuur. Helaas stond ik niet vooraan in de rij
toen Moeder Natuur het hardlooptalent aan het uitdelen was. Sterker nog, ik was
waarschijnlijk de laatste in de rij. Als ik al in de rij stond.
Waar echte hardlopers lijken te zweven over de paden, stamp
ik als een olifant over het asfalt. Waar echte hardlopers hun kilometers rustig
uithuppelen, ren ik (of nouja, ik doe een poging tot) als een hijgende hyena
meter voor meter vooruit, waarbij elke vogel verschrikt wegvliegt als ik eraan
kom.
Maargoed, nu ik heb gezegd dat ik de Tour du ALS ga fietsen,
moet ik er toch echt aan geloven. Dus pakte ik vandaag mijn hardloopspullen uit
de kast en om op deze stralende zondagmiddag lekker rustig te gaan rennen in
het park. En dat was natuurlijk een fout. Een hele grote beginnersfout.
Want waar er doordeweeks nooit een kip te zien is in het
park, is zondagmiddag echt het tegenovergestelde. Op de één of andere manier
gaat iedereen, echt iedereen, op zondagmiddag naar het park. Hangouderen met
hun rollators, verliefde stelletjes, mensen met loslopende honden, ze zijn er
allemaal. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de ‘o-kijk-wij-zijn-een-leuk-gezin-dat-op-zondagmiddag-naar-het-park-gaat’-gezin,
terwijl papa en mama stiekem denken: Waren we maar nooit aan kinderen begonnen.
Het leek wel een invasie. Terwijl ik stiekem had gehoopt
rustig te kunnen rennen en af en toe even wandelen, was niets minder waar. Mijn
eerste training en ik moest gelijk aan de bak. Slalommend om de met modder en
takken spelende kinderen stampte ik de meters weg. Elke keer wanneer ik een groep hangouderen passeerde, moest ik mijn charmante gehijg even inhouden. Een hartaan wilde ik toch niet op mijn geweten hebben. En van dat wandelen kwam
ook niks terecht. Je denkt toch zeker niet dat ik in het midden van al deze
mensen stop met rennen?
Oké, ik zal eerlijk zijn. Ik ben één keer gestopt.
Halverwege een heuvel. Toen nam mijn charmante gehijg zulke mooie klanken aan
dat ik bang was dat ze me vanuit Burgers Zoo kwamen halen.
God, wat was ik blij dat ik na veertig minuten weer thuis
was en in alle rust kon uitpuffen. De volgende keer dat ik bedenk om op zondag
te gaan hardlopen doe ik dat dus ’s avonds. Als de kinderen op bed liggen, de
papa’s en mama’s uitgeput op de bank zitten en de oudjes hun prakkie naar
binnen werken.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten