zondag 14 oktober 2012

Beginnersfout


Om straks enigszins ‘normaal’ de Mont Ventoux op fietsen, voor zover dat mogelijk is, moet ik trainen. Naast de gebruikelijke waterpolotrainingen moet ik ook gaan fietsen en tsja, hardlopen. Mijn favoriete hobby.

Hardlopen is een kunst. Een gave. Als je over het talent beschikt, een gift van Moeder Natuur. Helaas stond ik niet vooraan in de rij toen Moeder Natuur het hardlooptalent aan het uitdelen was. Sterker nog, ik was waarschijnlijk de laatste in de rij. Als ik al in de rij stond.

Waar echte hardlopers lijken te zweven over de paden, stamp ik als een olifant over het asfalt. Waar echte hardlopers hun kilometers rustig uithuppelen, ren ik (of nouja, ik doe een poging tot) als een hijgende hyena meter voor meter vooruit, waarbij elke vogel verschrikt wegvliegt als ik eraan kom.

Maargoed, nu ik heb gezegd dat ik de Tour du ALS ga fietsen, moet ik er toch echt aan geloven. Dus pakte ik vandaag mijn hardloopspullen uit de kast en om op deze stralende zondagmiddag lekker rustig te gaan rennen in het park. En dat was natuurlijk een fout. Een hele grote beginnersfout.

Want waar er doordeweeks nooit een kip te zien is in het park, is zondagmiddag echt het tegenovergestelde. Op de één of andere manier gaat iedereen, echt iedereen, op zondagmiddag naar het park. Hangouderen met hun rollators, verliefde stelletjes, mensen met loslopende honden, ze zijn er allemaal. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de ‘o-kijk-wij-zijn-een-leuk-gezin-dat-op-zondagmiddag-naar-het-park-gaat’-gezin, terwijl papa en mama stiekem denken: Waren we maar nooit aan kinderen begonnen.

Het leek wel een invasie. Terwijl ik stiekem had gehoopt rustig te kunnen rennen en af en toe even wandelen, was niets minder waar. Mijn eerste training en ik moest gelijk aan de bak. Slalommend om de met modder en takken spelende kinderen stampte ik de meters weg. Elke keer wanneer ik een groep hangouderen passeerde, moest ik mijn charmante gehijg even inhouden. Een hartaan wilde ik toch niet op mijn geweten hebben. En van dat wandelen kwam ook niks terecht. Je denkt toch zeker niet dat ik in het midden van al deze mensen stop met rennen? 

Oké, ik zal eerlijk zijn. Ik ben één keer gestopt. Halverwege een heuvel. Toen nam mijn charmante gehijg zulke mooie klanken aan dat ik bang was dat ze me vanuit Burgers Zoo kwamen halen.

God, wat was ik blij dat ik na veertig minuten weer thuis was en in alle rust kon uitpuffen. De volgende keer dat ik bedenk om op zondag te gaan hardlopen doe ik dat dus ’s avonds. Als de kinderen op bed liggen, de papa’s en mama’s uitgeput op de bank zitten en de oudjes hun prakkie naar binnen werken. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten